Fyra-verhoren: NS-bazen en ministers geven elkaar de schuld

Stand tot nu toe:

Al vanaf 1994 werd erover gepraat en eind 2012 reed de hogesnelheidslijn Fyra tussen Amsterdam en Rotterdam, Breda en Brussel. Na 40 dagen stopte de dienst. De treinstellen bleken niet te deugen. In totaal is er 11 miljard euro in het mislukte project gestoken. Een parlementaire enquêtecommissie probeert nu bij de betrokkenen te achterhalen hoe het zo ver heeft kunnen komen.

Deze week verschenen onder meer voormalig twee NS-topmannen en oud-ministers Peijs en Eurlings voor de parlementaire enquêtecommissie. De NS en de Staat verwijten elkaar nalatig te zijn geweest.

In de tweede week van de verhoren over Fyra wezen vertegenwoordigers van NS en de Staat vooral met beschuldigende vingers naar elkaar. Hun verklaringen spreken elkaar tegen, dus tot veel opheldering lijkt het onderzoek nog niet te leiden.

door Mies Mikx

Deze week verschenen onder meer de voornmalige topmannen Aad Veenman en Bert Meerstadt en oud-ministers Karla Peijs en Camiel Eurlings voor de parlementaire enquêtecommissie. Peijs vertelde over de zorgen die ze als minister had over de opdracht aan treinenbouwer AnsaldoBreda en om de prangende financiële situatie van exploitant HSA. Eurlings zei teleurgesteld te zijn dat de NS de eigen financiële belangen vóór de belangen van de reiziger stelde.

Zalm weigerde redding HSA

Veenman van de NS vertelde de enquêtecommissie dat vanaf 2004 is geprobeerd om geld te krijgen van het ministerie om HSA te redden, de dochterondernemening van NS die de lijn zou exploiteren. Volgens hem is minister Gerrit Zalm van Financiën dat blijven weigeren.

Eurlings werd als minister van Verkeer en Waterstaat in 2007 geconfronteerd met het ingewikkelde Fyra-dossier. Zijn voorganger Karla Peijs had tevergeefs geprobeerd alle financiële en technische problemen met de hogesnelheidslijn op te lossen. Eurlings kon geen kant op: de trein moest gaan rijden, maar de HSA kon de kosten niet dragen. Volgens Eurlings gaf de NS niet alle cijfers, maar volgens Meerstadt heeft het ministerie zélf nagelaten om alle informatie te achterhalen.

Topman NMBS weigerde mee te werken

Bert Meerstadt, de opvolger van Veerman, zei niet op de hoogte te zijn geweest van de grote problemen met de treinstellen. Er lagen kritische adviezen over de trein, maar Meerstadt zegt die stukken pas gezien te hebben nadat de treinen al waren afgedankt.

De topman van het Belgische spoorwegbedrijf NMBS Leo Pardon weigert ondertussen voor de enquêtecommissie te verschijnen. Als directeur Reizigers was hij verantwoordelijk voor de Belgische kant van de aanbesteding. Hij vindt het ‘onzinnig om te gaan praten op basis van herinneringen’. Omdat Pardon geen Nederlander is, blijft zijn weigering zonder juridische gevolgen.