Fyra-debacle week 3: ‘Treinen hadden de fabriek niet mogen verlaten’

De bouw van de Fyra-treinen stond deze week centraal tijdens de verhoren rond het Fyra-debacle dat uiteindelijk bijna 11 miljard kostte. De Fyra-treinen, die uiteindelijk maar veertig dagen reden, omdat er van alles aan mankeerde, hadden nooit de fabriek mogen verlaten. 

Dat zegt Tinus Jonkers van certificeringsbedrijf Lloyd’s Register. Jonkers was verantwoordelijk voor de kwaliteitsbewaking van de bouw van de Fyra. Toen de treinen de fabriek verlieten, moesten er nog 200 aanpassingen aan gemaakt worden.

Volgens Jonkers is het niet gek dat er verder gesleuteld wordt aan treinen nadat ze de fabriek hebben verlaten, maar 200 punten is ongebruikelijk veel.

Bas Oosthoek, werkzaam voor ProRail, liet tijdens zijn verhoor weten dat hij een negatief advies voor het rijden van de Fyra had afgegeven aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). ILT gaf de vergunning vervolgens wel af. Volgens Oosthoek is dit voorbeeld illustratief voor de slechte samenwerking en communicatie tussen de diensten die betrokken waren bij het project.

Bovendien was er volgens hem geen tijd meer om de treinen uitvoerig te testen. De Fyra moest echter gaan rijden, want er was geen alternatief.

Voormalig directievoorzitter Jan-Willem Siebers van High Speed Alliance (HSA), het NS-dochterbedrijf dat ging over de exploitatie van de Fyra, zei tijdens zijn verhoor dat HSA en NS allebei wisten dat de Fyra grote gebreken had. Ook volgens Siebers was het niet mogelijk om de start van het project uit te stellen.

Lees meer op nos.nl.